http://www.ikonderzoekwater.nl/application/Upload/a5475a64736638cf4e0122f3152d0707d663e9ea.jpg

Klimaatadaptatie, ofwel aanpassen aan te verwachten klimaatveranderingen, is iets wat een slim gemeentebestuur niet langer vooruitschuift.  Op Vlaams niveau is men eindelijk gestart met het Vlaams adaptatieplan (VAP), maar ook de steden en gemeenten zouden zich best nu al beginnen voorbereiden op wat onvermijdelijk komen gaat.  Via het Interreg-project “Future Cities” is er nu ook een klimaatadaptatie-compas voor stadsregio’s ontwikkeld.

Regionale klimaatscenario’s

Het IPCC is de meest gerenommeerde instelling, die globale klimaatscenario’s onderzoekt, maar daarnaast werken ook Vlaamse universiteiten, zoals bv. de KuLeuven, aan regionale klimaatmodellen. 

 

Zon, water en wind zullen ons parten spelen

Men komt tot een klimaatscenario door via klimaatmodellen atmosferische processen na te bootsen. Het team van Patrick Willems van de KULeuven heeft hiertoe een tool ontwikkeld.  Voor onze contreien zijn er zo al diverse scenario’s uitgewerkt tot 2100 en wat blijkt : zelfs bij het meest positieve scenario zijn de te verwachten klimaatveranderingen, ook bij ons in Vlaanderen, aanzienlijk. Het gaat hier dan voornamelijk over de effecten van zon, water en wind.  Deze 3 factoren zullen ons dagelijks leven in de toekomst sterker als voorheen beïnvloeden :

 

 

Shocks & stresses

Kwetsbaarheid, veerkracht en weerbaarheid zijn sleutelwoorden als het gaat over klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering komen in “shocks” en “stresses”.  Shocks zijn gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid, maar die plots komen en een grote impact hebben.  “Stresses” zijn trage processen, zoals bv. als gevolg watertekort, droogte, ….

 

Warmere winters en zomers

De diverse klimaatscenario’s van de KULeuven voorzien dat in 2100 de Vlaamse winters gemiddeld minimum 1,5°C en maximum 4°C warmer kunnen zijn.  ‘s Zomers zullen de temperaturen gemiddeld 2°C gestegen zijn volgens het meest positieve model en gemiddeld 9°C volgens het meest negatieve model. Het meest positieve model gaat uit van een aanzienlijke CO²-reductie, terwijl het negatieve uitgaat van business as usual bij voortdurende economische groei en een stijgende bevolking.  Bij de diverse scenario’s moeten we wel rekening houden dat deze voortdurend bijgesteld worden aan de hand van meest recente gegevens.  Maar spijtig genoeg betekent dit de laatste jaren dat ze bijgesteld worden in negatieve zin.

 

Langdurige en dure droge perioden

In onze regio zullen zomers gemiddeld warmer en droger worden.  In het negatieve scenario zal het aantal natte dagen in de zomer tegen 2100 gedaald zijn met 50 tot 70%, waardoor het veel droger zal zijn.  De regen zal daarbij in de zomer ook veel intenser worden.  Daardoor stijgt de kans voor een grootste bui in 2 jaar tot 30%.  Langdurige droge perioden geven meer kosten : niet alleen ondervinden bv. landbouwgewassen schade, maar er zijn ook minder voor de hand liggende gevolgen, bv. : wanneer er na een langdurige droge periode plots veel regen valt, geeft dit ook bv. afvoerproblemen doordat het sediment in rioleringen is vastgedroogd, enz… Een plotse hevige regenbui na een periode van droogte leidt ook vaak, zoals we de laatste jaren al meermaals ondervonden, tot plotse lokale wateroverlast. Riolen hier zijn vaak te klein berekend zijn voor dergelijke piekdebieten.  De VMM houdt nu wel al rekening  met toekomstige klimaatscenario’s bij de vernieuwing van riolering. 

 

 

Overstromingen of lage debieten

Hoe toekomstige winters er gaan uitzien is minder duidelijk dan de toekomstige zomers.  In de winter kan de neerslag stijgen van 0 tot 60%.  Of we in de toekomst meer overstromingen gaan krijgen is nu nog moeilijk te zeggen. Bij een hoog scenario geeft dat overstromingen, bij een laag scenario geeft dit lage debietstanden in de rivieren.  Veel zal afhangen van de hoeveelheid verdamping. Die kan in het meest negatieve scenario tegen 2100 gestegen zijn tot 70%.  

 

 

Watertekort

Het debiet van de rivieren kan 20 tot 70% lager zijn tegen 2100.  Dit zal zeker problemen geven op vlak van drinkwater.  Daarbij komt dat de vraag naar drinkwater vermoedelijk zal gestegen zijn door de toenemende bevolking en bijbehorende bedrijvigheid. Ook waterkwaliteit wordt dan een probleem : wanneer de debieten dalen, wordt de concentratie aan polluenten hoger.  Ook de scheepvaart kan problemen krijgen.  Dat zien we nu al aankomen : de plannen voor het verbreden van het Schipdonkkanaal zijn volgens waterspecialisten en de milieubeweging niet eens uitvoerbaar, omdat er niet genoeg water voor beschikbaar is.  Bij het aanleggen van een nieuwe sluis op het  kanaal Gent-Terneuzen had men ook al watertekort. Landbouw en industrie hebben ook veel water nodig bij hun productieprocessen.  Ook de grondwaterstand zal bij het meest negatieve scenario nog verder dalen, wat eveneens problematisch is voor landbouwgewassen en biodiversiteit.

 

Stijging van de zeespiegel

In de toekomst zal er aan de kust waarschijnlijk ook 10% meer regen vallen in de winter en zal het er ook droger zijn in de zomer.  De zeewaterspiegel kan tegen 2100 stijgen van 20 cm tot 2m, wat eveneens gepaard kan gaan met hoger stormopzet, meer erosie en meer zout verder landinwaarts. Hogere zeespiegelstand betekent dan ook toenemende verzilting van het land achter de zee, wat de hoeveelheid beschikbaar zoet water nog verkleint. 

 

Steden en dorpen gemeente kwetsbaarder voor klimaatverandering

In de nabije toekomst zullen we dus meer geconfronteerd worden met afwisselend langere natte en droge periodes.   Steden en dorpen zijn bij de voorspelde klimaatveranderingen kwetsbaarder dan het buitengebied. Lokale besturen houden dus best al rekening met volgende verwachtingen als ze plannen maken om dorpskernen te vernieuwen :

 

Hitte-eilanden

De stads- of dorpskern warmt in droge periodes van hitte meer op dan het buitengebied. Het worden dan zogenaamde hitte-eilanden. Het grootste verschil in temperatuur, in vergelijking met het buitengebied, komt voor tussen 23u s’ avonds en 3u in de ochtend.  De stad koelt dan in warme periodes minder af dan het buitengebied. M.a.w. de stadsbewoners liggen bij een hitteperiode midden in de nacht nog steeds wakker te zweten in bed, terwijl in het buitengebied de temperatuur al verkoeld is tot een meer aangenamer niveau.  Dergelijke langdurige droge en warme periodes zullen in de nabije toekomst meer voorvallen. 

 

 

Groen en water in de stad of dorp

Steden en gemeenten kunnen problemen door hitte verminderen door meer water en groen te voorzien in de stads- of dorpskern.  Steden zijn stenen massa’s en wanneer er maar weinig water en groen in stedelijk gebied aanwezig is, verergerd dit het hitte-effect. En het kan niet de bedoeling zijn dat stadsbewoners zich adapteren aan toenemende hitteperiodes door massaal hun toevlucht te zoeken in het plaatsen van airconditioning.  Klimaatadaptatie gaat hand in hand met klimaatmitigatie, d.w.z. preventie van klimaatverandering door maatregelen, die zorgen voor minder broeikasgasuitstoot.  Aanhoudende hitteperiodes verhogen ook het risico op grote stroompannes, zoals onlangs nog gebeurde in Arizona en California in de VS.  Slimme lokale besturen van steden en gemeenten nemen hun verantwoordelijkheid en anticiperen nu reeds op klimaatverandering door te streven naar o.a. voldoende groen en een gesloten waterkringloop in de stad of dorp.  Het heeft ook nog veel andere voordelen :   een stedelijke omgeving met veel groen en water is  aantrekkelijker om er te wonen,  vastgoed met zicht op groen en water stijgt er in waarde, geluid wordt gedempt en de lucht gezuiverd.  In een omgeving met meer groen en water is er meer sociaal contact, omdat er meer buiten geleefd wordt.  Dit vermindert ook criminaliteit en vandalisme.  En niet te vergeten is het ook een kans voor meer biodiversiteit in de stad of gemeente.

 

 

 

Water vasthouden

Onderzoek wijst ook uit dat we meer en langere natte periodes gaan krijgen.  Dit geeft enerzijds periodes dat men veel water bij voorkeur zou kunnen vasthouden en anderzijds drogere periodes, waarbij men deze opslag zou moeten kunnen aanwenden.   In de praktijk zien we nu dat in het buitengebied het water snel wordt afgevoerd, o.a. doordat oevers verhoogd zijn.  Dit zorgt natuurlijk dat de steden vaak problemen krijgen bij langdurige of hevige regenval.  Verder is de stijging van de zeespiegel van minimum 20 cm tot 2 m ook een serieuze bedreiging voor meer overstroming.

 

Slimme lokale besturen anticiperen op de toekomst

Gemeenten zullen in de toekomst op zowat alle beleidterreinen geconfronteerd worden met de gevolgen van soms ingrijpende klimaatveranderingen. Door het hanteren van langetermijnvisie en het tijdig opmaken van een ambitieus lokaal adaptatieplan kunnen lokale besturen bovendien heel wat geld besparen. 

De verschillende adaptatiemogelijkheden lijken simpel toe te passen, maar de verwevenheid van diverse sectoren in ons kleine landje maken het heel wat ingewikkelder. Zo kan een adaptatiemaatregel van de ene sector ook nuttig zijn voor de andere sector.  Maar in andere gevallen botsen ze. Bv. ruimte voor water botst met de ruimtevraag van andere sectoren, zoals landbouw, wonen en industrie.  Daarom is er binnen het Interreg-project “Future Cities” een adaptatiekompas ontwikkelt.  Het is een leidraad voor het onderling afstemmen van de verschillende belangen, het nagaan van kwetsbaarheid en adaptatie-opties in verschillende sectoren Het adaptatiekompas biedt heel wat inspiratie voor het regionaal en lokaal niveau.:

 

Adaptatiemogelijkheden

Adaptatiemaatregelen aan de zon kunnen zijn : groene daken, groene linten door het landschap, groene gevels, partijen groen in tuinen, parken,….

Adaptatiemaatregelen aan water kunnen zijn : waterretentie, wadi’s, groendaken, bovengrondse waterafvoer, natuurlijke waterspeeltuinen,… Het lijkt vanzelfsprekend, maar het gebeurt nog niet vaak genoeg. 

 

 

 

Wat de zee betreft zijn er ook verschillende mogelijkheden voor adaptatie : men kan met zandsuppleties en dijken werken, maar veel interessanter is het samen te werken met de natuur. Bv. door de wind aan te wenden om oppervlaktes te verruwen en duinen te vormen door middel van streekeigen beplanting.  Ook op Vlaams niveau is men bezig met de opmaak van een eerste Vlaams adaptatieplan  (VAP), dat zal passen een nationale adaptatie strategie (NAS).  Dit eerste plan moet af zijn tegen 2012 en bundelt vooral al bestaande maatregelen van diverse sectoren.  De opvolger, die na 2012 wordt opgemaakt, zal ambitieuzer moeten zijn en moet ook nieuwe maatregelen bevatten.  Vanaf dat moment zal er ook op Europees niveau een adaptatiebeleid zijn en zullen de plannen van de deelstaten gescreend worden op ambitie.  Het is ook de bedoeling dat er een Vlaams mitigatieplan komt, maar dit ligt nog moeilijker dan adaptatie.  Eigenlijk dienen we met zijn allen een cultuurverandering te ondergaan, wat in normale omstandigheden heel wat tijd vraagt.  Echter, als we te lang wachten,kan de realiteit van klimaatverandering ons op een gegeven moment dwingen om plots drastisch te veranderen, met alle risico’s vandien.

Het is dus pompen of verzuipen.  En tegelijkertijd moet de kraan, die nu nog wijd openstaat, dichtgedraaid.

 

Bronnen :

Studiedag klimaatadeptatie, VLM, 13 september  in kader van “future cities”

Klimaatadaptatiekompas voor steden en gemeenten

 

Interessante links :

www.lne.be/thema’s/klimaatverandering

www.klimaat.be

www.airclimat.wallonie.be

www.kuleuven.be/ hydro

www.watlab.be

www.arcadisbelgium.be

www.future-cities.eu

www.devloei.be

Slimme steden en gemeenten anticiperen op klimaatverandering