Subsidies

 

Investeringen met hernieuwbare energie kunnen30 % VLIF-steun verkrijgen en ook voor warmtekrachtinstallaties bedraagt het steunpercentage 30%. Een aantal van die installaties werkt op palmolie.

 

Vanaf 2006 tot nu zijn er bij het VLIF 9 aanvragen om steun ingediend voor investeringen in warmtekrachtinstallaties, die functioneren op palmolie. Voor vijf dossiers werd een gunstige beslissing genomen. Op een totale investering van 1.058.547 euro werd 404.528 euro steun verleend.

 

Er bestaat geen inventaris van alle installaties op land- en tuinbouwbedrijven. Buiten de 9 installaties, waarvoor investeringssteun gevraagd werd, zijn er nog enkele andere operationeel. Volgens informatie ingewonnen bij de VREG werd door de 11 gekende installaties 8.170 ton palmolie verbruikt in 2009. Op basis van dit verbruik werden voor de daaruit voortvloeiende netto groene stroom werden ook groene stroomcertificaten uitgereikt.

 

PALMOLIE, EEN BIOBRANDSTOF MET VEEL KLEINEKANTJES

 

†††††††††††

†††††††††††† Foto: www.energieportal.nl

 

In Vlaanderen worden voor inzet van palmolie in de energieproductie nog steeds groenestroomsubsidie toegekend.De voorbije jaren is het debat over biobrandstoffen echter in een stroomversnelling geraakt. Diverse rapporten van vooraanstaande instellingen hebben twijfels doen rijzen over de doeltreffendheid van biobrandstoffen, waaronder palmolie, ten aanzien van het CO≤-reductiepotentieel.Ook zijn er ongunstige neveneffecten op milieu- en sociaal gebied.

 

Inzet van palmolie levert geen CO≤-reductie

 

Wereldwijdis palmolieproductie ťťn van de belangrijkste oorzaken van vernietiging van tropische bossen.Palmolie wordt geteeld op enorme plantages, grond waar ooit tropisch regenwoud of moerasland was of waar kleinschalige landbouw werd bedreven.Volgens UNEP (United Nations of Environment Programme) is de snelle uitbereiding van palmolieplantages ťťn van de grootste drijfveren voor de steeds verdergaande ontbossing in Zuid-Oost-AziŽ. In IndonesiŽ werd tussen 2000 en 2005 jaarlijks 1,9 miljoen ha tropisch bos vernietigd. Daarbij wordt de lokale bevolking dikwijls van haar grond verdreven om plaats te maken voor plantages met heel wat sociale dramaís tot gevolg.Op deze manier is in AziŽ al vele jaren een ecologische en sociale ramp aan de gang. Studies tonen aan dat bij de aanleg van deze plantages meer CO2 vrijkomt dan dat er ooit zal door vermeden worden. Door het kappen van de bossen en het droogleggen van moerasland, is IndonesiŽ de 3de grootste uitstoter van CO2 ter wereld.

Naast deze effecten van direct landgebruik zijn ook de effecten van zogenaamd indirect landgebruik enorm.Indirect landgebruik zijn verschuivingen in landgebruik ten gevolge van de toenemende teelt van energiegewassen.De effecten van indirect landgebruik zijn dermate groot dat de broeikasgasbalans van palmolie negatief wordt in vergelijking met fossiele brandstoffen.Een studie van Fargione (Land Clearing and the Biofuel Carbon Debt - 2008) berekent hoe groot de impact van de verandering in landgebruik is in verhouding tot de voordelen, die het gebruik van biobrandstoffen oplevert. De impact werd uitgedrukt in het aantal jaar dat biobrandstoffen zouden moeten gebruikt worden om de koolstofschuld, de schade die gebeurde door nieuw land in gebruik te nemen voor energiegewassen te compenseren.Biodiesel gemaakt van palmolie, afkomstig van Indonesische veenmoerassen scoort hier een rampzalige terugbetaaltijd van 420 jaar het slechtste.

 

†††††††††††††††††††† Ontbossing op Jakarta ten gunste van de palmolie-industrie (foto:AFP)

 

 

Een deel van de palmolie als duurzaam beschouwen is geen oplossing.

 

De sector van de palmolieproducenten probeert, bij gebrek aan internationaal bindende duurzaamheidscriteria, nu aan te tonen dat ze op een verantwoorde manier werken via een RSPO certificatie. De RSPO certificering is een vrijwillig systeem ter promotie van de ontwikkeling van zogenaamde duurzame palmolie, waarbij op een evenwichtige manier rekening zou gehouden wordenmet economische, milieu- en sociale aspecten van de palmolieproductie. Het werd opgericht door de RSPO, een gezamenlijk initiatief van alle betrokken deelnemers in de volledige palmolieproductieketen, zowel plantageondernemingen, als fabrikanten, verkopers en groothandelaars van palmolie of afgeleide producten, industriŽle verenigingen, publieke organisaties en financiŽle instellingen en een aantal milieuorganisaties. Er zijn echter tal van misbruiken vastgesteld. Zo wordt certificering vaak alleen gevraagd voor een deel van de plantages en is het ďbusiness as usual elders.Ē Bovendien zijn er bij de RSPO criteria geen criteria opgenomen inzake de effectieve broeikasgasreductie (CO2 balans).

 

Palmolie gebruiken als brandstof draagt dus helemaal niet bij aan een beter klimaat. Doordat palmolie hier als hernieuwbare energiebron is ingeschreven, helpt palmolie hier misschien bij het behalen van onze CO≤- doelstellingen, maar elders in de wereld wordt er extra CO≤ uitgestoten. Het uitreiken van groenestroom-certificaten voor energie opgewekt met palmolie geeft een valse indruk van duurzaamheid.Zonder deze incentive zouden landbouw- en energiesector waarschijnlijk maar matig in energieopwekking met palmolie geÔnteresseerd zijn.Een aanpassing van het beleid hieromtrent dringt zich dus op.

Tekst: Katty De Wilde

Tekstvak: GROENE STROOMCERTIFICATEN OM
SERRES TE VERWARMEN MET PALMOLIE

Palmolieteelt is verre van duurzaam, maar toch kunnen warmtekrachtinstallaties op palmolie in Vlaanderen genieten van groene stroomcertificaten.Uit het antwoord van Kris Peeters op een recente parlementaire vraag van Wilfried Vandaele blijkt dat verwarmingsinstallaties voor glastuinbouwbedrijven op palmolie bovendien ook kunnen genieten van VLIF-steun.Palmolie wordt namelijk aanzien als een hernieuwbare brandstof.