Fossiele brandstoffen zijn eindig : dat is al lang geen nieuws meer.  Maar nog verontrustend weinig bekend is dat veel wetenschappers & oliemaatschappijen aannemen dat aardolie al niet meer aan de wereldwijde vraag zal kunnen voldoen vanaf 2012.  Afdoende alternatieven  zijn voorlopig nog niet beschikbaar.  De klimaatcrisis zal dus vergezeld worden door een oliecrisis.  Een snelle transitie naar een duurzame en olie-onafhankelijke energievoorziening is nu hoogdringend.  Onbegrijpelijk en onverantwoord is het dat het beleid hier nog niet van doordrongen is.  Het bewustzijn dat er moet gehandeld worden, lijkt  nu vooral van bottom-up te komen ...

HET EINDE VAN GOEDKOPE OLIE

 

Meer en meer mensen beseffen dat we nu het einde van goedkope olie meemaken en gaan zich daar op een positieve manier op voorbereiden. Ze groeperen zich en gaan vanuit hun lokale gemeenschap de uitdaging aan.  Men noemt dit de transitiebeweging.  Ook in West-Vlaanderen zijn er al diverse van dergelijke groepen gestart.  Het wordt dus tijd dat we ook vanuit de “gevestigde” milieubeweging dieper ingaan op het probleem van piekolie en de mogelijkheden en uitdagingen, die dit gegeven biedt.

 

De wereldeconomie leunt quasi volledig op fossiele brandstoffen

 

Fossiele brandstoffen voorzien op dit ogenblik in vrijwel de volledige energiebehoefte van de wereldeconomie. Dit is niet houdbaar omwille van hun impact op het klimaat, maar ook omdat de voorraad fossiele brandstoffen over zijn hoogtepunt heen geraakt. 

 

Eénmaal over de top, zakt de olieproductie snel in elkaar

 

Nadat de piekproductie van een oliebron bereikt is, neemt, door de vrijgekomen ruimte, de ondergrondse druk af.  Op een gegeven moment is de druk zover gedaald dat de olie niet meer vanzelf stroomt.  Men kan dan via bepaalde technieken, zoals waterinjectie, de druk opnieuw wat opvoeren.  Maar uiteindelijk zakt de productie in. 

 

Wetenschappers en oliemaatschappijen schatten piekolie tussen nu en 2030

 

Piekolie is het punt, waarop de productie van beschikbare aardolie op wereldschaal zijn piek bereikt. Daarna kan de dagelijkse productie dus niet meer toenemen.  Integendeel, vanaf dan daalt ze vrij snel.  Er is nog discussie over het juiste tijdstip, maar volgens wetenschappers en diverse oliemaatschappijen valt het moment van piekolie tussen nu en het jaar 2030.

 

De grootste olievelden zijn al gepiekt of zullen dat binnenkort doen

 

 

Bijkomende conventionele oliebronnen zijn er nog weinig

 

Nog niet ontgonnen conventionele olievelden zijn vaak klein, bevinden zich dieper, waardoor het steeds riskanter (cfr. olieramp Deepwater Horizon – BP in Golf van Mexico) en duurder wordt om ze te vinden en te ontginnen.  De grootste nog niet ontgonnen oliereserves liggen bovendien in onze laatste ongerepte gebieden, zoals de Diepzee, Alaska en de Noordpool.  De 20 grootste nieuwe olievelden, die nog niet in productie zijn, hebben een verwachte productie van meer dan 100.000 vaten, maar geen enkele zal 250.000 vaten per dag produceren.

(bron : www.olino.org : Matthew Simmons : www.simmonsco-intl.com ). 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De huidige economische crisis staat niet los van piekolie.

 

Omdat de Verenigde Staten zeer sterk afhankelijk zijn van olie, reageert de wereldeconomie als de prijs van een vat aardolie stijgt tot meer dan 5% van het BNP, dat de VS besteedt aan de consumptie van aardolie. Men voorziet dan 2 mogelijke scenario’s :

 

Ofwel stabiliseert de hoge olieprijs zich op een hoger plateau, waardoor de wereldeconomie op peil blijft.  Transporten van goederen, blijven, ondanks de hogere olieprijs doorgaan.  Afzetmarkten blijven behouden en men kan dus ondertussen blijven investeren in een alternatieve energiemix.  Dit is het meest optimistische scenario.

 

Ofwel ontstaat er door olieprijsschokken een zigzagpatroon van opeenvolgende recessies en herstelperiodes, waardoor er minder investeringen in alternatieven kunnen gebeuren en het dus ook veel langer zal duren voordat deze geïmplementeerd zijn.  Dit toekomstscenario is bij “business as usual” waarschijnlijker. 

 

De record olieprijs van 2008 zorgde mee voor de wereldwijde recessie

 

Aardolie wordt verhandeld in vaten (barrels) van 159l.  Wanneer de prijs van een vat ruwe olie boven de 80 dollar komt, kan dit al een recessie van de wereldeconomie introduceren, zoals in 2008 ook gebeurd is.

 

Op 2 januari 2008 bereikte de kostprijs van een vat ruwe olie op de termijnmarkt van New York de prijs van 100 Amerikaanse dollar.  In juli 2008 bereikte die kostprijs een hoogtepunt van 147 dollar per vat. De hoge kostprijs van olie had zijn invloed op de beurs en veroorzaakte mee de wereldwijde economische recessie, waarvan we nu herstellende zijn.

 

Als oorzaak van de hoge olieprijs werd gezien de afnemende olievoorraad van de VS, weinig reserve in wereldwijde productiecapaciteit, krappe marge tussen vraag en aanbodzijde, zwakke positie van de dollar, onstabiel politiek klimaat in Nigeria, oorlogen en instabiliteit in Midden Oosten (Irak, Iran, Pakistan, conflict tussen Israel & Palestijnen, Libanon & Syrië,..) en olievraag van opkomende economieën, zoals China en India.

 

Sinds 2008 zijn er historische olieprijsschokken

 

In september 2008 zakte de prijs per vat olie weer tot 70 dollar.  Vervolgens zakte de prijs zelfs verder tot 44 dollar per vat, om daarna opnieuw te stijgen tot 87 dollar begin april 2010. Op dit ogenblik balanceert de kostprijs per vat opnieuw rond de prijs van 75 dollar. Dat zijn schokkende bewegingen, die niet eerder zijn voorgekomen in de geschiedenis van de moderne olie-industrie.

 

Problemen in wereldwijde olievoorziening door te weinig investeringen vanaf 2012

 

Op wereldschaal had onze economie- dd november 2009 - dagelijks 85 miljoen vaten ruwe olie nodig van 159l. Voor 2010 schatte het Internationaal Energie Agentschap (IEA)* de vraag op 86,3 miljoen vaten per dag.  Een stijging, die geheel voor rekening komt van de opkomende economieën China & India.  Het IEA gaat er in het rapport World Energy Outlook 2009 van uit dat er in 2015 30% minder olie uit bestaande olievelden zal kunnen gehaald worden.  Om deze daling te compenseren moest er, eveneens volgens het IEA, 300 miljard dollar in nieuwe olievelden geïnvesteerd worden.  Door de economische crisis werd er vanaf 2008 door de oliemaatschappijen minder in nieuwe oliebronnen geïnvesteerd.  Daardoor zal er vanaf 2012 minder olie ter beschikking  zijn. 

 

Nu de wereldeconomie zich herstelt, neemt de vraag naar olie echter weer toe.   Er zal dus snel schaarste optreden, waardoor de komende jaren de prijs makkelijk opnieuw boven de 100 dollar kan stijgen.   Dit kan opnieuw een volgende economische recessie tot gevolg hebben.  

 

Wanneer olie piekt, piekt alles.

 

Fossiele brandstoffen hebben honderdduizenden jaren nodig gehad om gevormd te worden.  Op zo’n 150 jaar tijd is hier nu ongeveer de helft van opgebruikt met een enorme welvaart van voornamelijk de Westerse naties tot gevolg . 

 

Sinds het gebruik van olie kon er op wereldschaal meer voedsel geproduceerd worden.  Daardoor kon ook de wereldbevolking op korte tijd exponentieel groeien.  En al deze mensen zijn dit ogenblik dus verregaand afhankelijk van olie, zowel voor verwarming, transport & industriële productieprocessen,  als voor voedselvoorziening (machinerie, kunstmeststoffen, pesticiden), medicijnen, textiel (nylon,..), asfalt, plastics, ICT (computers, gsm’s,…),…  Wanneer we in het scenario van olieschaarste met opeenvolgende recessies van de wereldeconomie  en nog agressievere competitie om olie terechtkomen, zal dit dan ook een onvoorstelbare impact hebben op onze huidige manier van leven.  En tegelijkertijd wordt de mensheid ook nog de uitgedaagd om de klimaatverandering het hoofd te bieden.

              

 

Het tekort aan olie wordt permanent tot er voldoende alternatieven beschikbaar zijn. Zijn er alternatieven en zijn ze nu al beschikbaar?

 

Onconventionele olie

 

Een alternatief voor conventionele oliewinning is onconventionele oliewinning.   Dit is bv. de ontginning van de Canadese teerzanden.  Deze teerzanden of oil sands bevatten olie, maar het is moeilijk deze te winnen.  Bovendien brengt deze techniek van oliewinning meer CO²-uitstoot met zich mee dan andere productiemethoden.  Voor de ontginning is bovendien heel veel water nodig en wordt het landschap aangetast door graafwerken. De Canadese teerzanden produceren nu al zo’n 1,4 miljoen vaten op de wereldproductie van 85 miljoen vaten per dag.  Deze productie zou in theorie nog kunnen stijgen tot 3,7 miljoen vaten per dag tegen 2025.  Maar omwille van crisis en milieubezwaren wordt er ook hierin minder geïnvesteerd.

 

Aardgas en Steenkool

 

Ook aardgas en steenkool zijn eindige fossiele brandstoffen.  De aardgaspiek wordt ruw geschat op 2020 & 2030 en de steenkoolpiek tussen 2035 en 2070. Van steenkool is er nog een grotere voorraad maar deze is geconcentreerd in 6 steenkool exporterende landen.  (bron : www.transitiontowns.nl).  Het transport van steenkool vergt veel energie en bij de verbranding ervan komen er veel broeikasgassen in de lucht. Bij aardgas stelt zich het probleem dat transport via pijpleidingen dient te gebeuren, wat de nodige problemen met zich kan meebrengen.  Het IEA verwacht in een tussentijdse Energy Outlook 2010 wel enig heil van een nieuwe techniek, die aardgas vloeibaar kan maken zodat transporteren makkelijker wordt. 

 

Biobrandstoffen

 

Lange afstandtransport over de weg is voor onze economie zeer belangrijk.  Maar bij een tekort aan olie zal er te weinig olie-export zijn om in de nodige brandstof hiervoor te voorzien. Biobrandstoffen kunnen een alternatief zijn, maar helaas is een duurzame opschaling niet mogelijk op korte termijn. Ook voor het rijden op waterstof, elektriciteit en aardgas zijn er op korte termijn te weinig mogelijkheden.

 

Biomassa & biomassa-afval

 

Biomassa & biomassa-afval omvat een uitgebreid assortiment organische stoffen, waaruit energie kan gewonnen worden door ze te vergisten of verbranden.  Enkele voorbeelden zijn hout, houtafval, palmolie, energiemaïs, mest, groentenafval,….Maar ook deze energiebron is eindig.  Hout bv. kan men verbranden voor warmte, maar dit is geen energie-efficiënte inzet van deze grondstof.     Bovendien is het behoud van bomen en bossen cruciaal om de klimaatverandering in bedwang te kunnen houden.  Andere biomassa, zoals o.a. palmolie en energiemaïs concurreren dan weer met voedselvoorziening.  De teelt ervan gaat eveneens gepaard met een verlies van natuur en biodiversiteit.  Bepaalde andere biomassa-(afval)stromen, zoals algen, kunnen wel duurzaam worden ingezet, maar ook dit is beperkt. 

 

Kernenergie

 

Kernenergie biedt evenmin een afdoend alternatief.  Uranium is ook een eindige grondstof. Men schat dat er nog voorraad is voor 50 jaar. Bovendien wordt de winning van uranium eveneens meer belastend voor het klimaat, naarmate deze grondstof schaarser wordt.  Bovendien is er ook olie nodig om uranium te ontginnen en tot hier te brengen en blijven we zitten met het gevaarlijk kernafval. 

 

Kernfusie zou eventueel een deel van de oplossing kunnen zijn, maar is op dit ogenblik nog niet technisch mogelijk.  Men voorziet dat het nog zeker tot 2050 zal duren voor dit wel het geval is. Kernenergie kan dus maar voor klein percentage de energievoorziening uit olie vervangen.

 

Zon, wind, aardwarmte, waterkracht.

 

De energie van de zon kan de hele wereld aan energie voorzien.  Uit wind kan er eveneens meer energie gewonnen worden dan we jaarlijks nodig hebben.  Ook uit de aarde en bv. getijdenwerking kan er hernieuwbare en klimaatvriendelijke energie gewonnen worden.  Alleen : het omschakelen naar duurzame energie kost tijd en energie.  

 

Energie- efficiëntie & -besparing.

Een deel van de oplossing zit uiteraard ook in het efficiënter inzetten van energie met als doel zoveel mogelijk energie te besparen. 

 

Het beleid moet nu investeren in ALTERNATIEVEN EN ENERGIEBESPARING

Een energietransitie kost veel tijd, geld en energie.  Uit een onderzoek van het Amerikaanse Departement voor Energie (DOE), het zogenaamde Hirsch rapport, blijkt dat voor een soepele oplossing twintig jaar voor de piek het bijbehorende beleid in gang gezet moet worden. De olieshock staat echter nu al voor de deur en daarnaast zijn komende jaren cruciaal om onder de 450 ppm concentratie broeikasgassen te blijven om de kanteltemperatuur van 2°C te voorkomen.  Het is totaal onverantwoord om nog langer te treuzelen.

Volgens het recente rapport van Greenpeace International “ a sustainable energy World outlook” kunnen we het nog halen om tegen 2050 voor 95% op klimaatverantwoorde energie te draaien.  Maar dat kan alleen als er nu en niet later fors geïnvesteerd wordt in klimaatvriendelijke hernieuwbare energievoorziening. 

Maar de realiteit is dat een klimaatvriendelijke en olie-onafhankelijke energievoorziening in dit land op dit ogenblik niet bovenaan de politieke agenda staat.  Onze beleidsmakers lijken zich nog maar weinig bewust van de gigantische uitdaging :  ambities voor windenergie zitten in de slop en de federale regering wil de verouderde kerncentrales nog langer openhouden, om maar een paar voorbeelden te noemen. Krachtdadige en moedige beslissingen blijven voorlopig uit. 

 

DE ACTIE KOMT VAN ONDERUIT : OPKOMST VAN DE TRANSITIEBEWEGING

 

Transitie naar een low impact samenleving is begonnen

 

De wereld is begonnen aan een periode van transitie. We zullen namelijk niet van de ene dag op de andere zonder olie vallen.  Het is een proces dat min (bij stabiele hoge prijs) of meer (bij opeenvolgende olieprijsschokken) geleidelijk aan zal gaan, maar toch met een drastische en snel voelbare impact voor onze huidige manier van leven zal hebben.

 

Eén van de belangrijkste gevolgen van de olieschaarste zal zijn dat we onze manier van leven weer lokaler zal worden.  Onze economie is nu verregaand gebaseerd op transport, wat zal verminderen tot het meest noodzakelijke als fossiele brandstof schaars en duur wordt.  Ook ons voedsel zal veel meer opnieuw dichterbij moeten geproduceerd worden, wat de nodige moeilijke aanpassingsperiode met zich mee kan brengen. Toch kunnen deze veranderingen ook gunstige gevolgen hebben, niet alleen voor het milieu, maar ook op sociaal menselijk vlak.

 

 

Back to basics, parallel met inzetten van moderne technologie. (smart grid,…)

 

In Groot-Brittanië nam Rob Hopkins in 2006 het eerste transitie-initiatief in het dorpje Totnes.  Door te werken aan lokale zelfvoorziening wou hij piekolie en klimaatverandering op een positieve manier voorbereiden.  Sindsdien zijn er in Groot-Brittannië, Ierland al meer dan 80 dergelijke lokale initiatieven actief.  Ook in andere landen krijgt dit navolging. Men begon dit de transitiebeweging te noemen. 

 

Streven naar zelfvoorziening

 

Waar de “gevestigde milieubeweging”  zich vooral met actievoeren bezighoudt, richten transitie-initiatieven zich vooral op het zo zelfvoorzienend, olie-onafhankelijk en klimaatvriendelijk mogelijk maken van hun eigen lokale gemeenschap. Ze doen dit door bv. door zelf groenten te verbouwen zonder kunstmest en pesticiden, te experimenteren met een lokale munt of een lokaal energieplan uit te werken.  Daarnaast is het ook een sociaalgeorienteerde beweging, die solidariteit in de lokale gemeenschap wil stimuleren.  Transitie-initiatieven streven ook een structurele verandering in het bewustzijn na.  De groepen ontstaan intuïtief vanuit een buikgevoel dat men in de eigen lokale gemeenschap kan ageren.  Men schept zo een enthousiasmerend wereldbeeld. Men heeft het gevoel zelf iets te kunnen veranderen.  Daarin ligt de meerwaarde, de aantrekkingskracht en de kracht van transitie-initiatieven.

 

Ook bij ons groeit de transitiebeweging

 

Niet alleen in Engeland nemen dergelijke initiatieven een hoge vlucht.  Ook in Nederland en Vlaanderen zijn er sinds 2008 al heel wat initiatieven.  Gent en Leuven waren de eerste in Vlaanderen en daar is men nu nog steeds met groeiend succes bezig.  In 2009 en begin 2010 zijn er ook in West-Vlaanderen eerste stappen gezet. In de Westhoek werden in 2009 al inloopdagen georganiseerd en ook in Oostende is men ondertussen van start. Op dit ogenblik worden er ook in Lendelede, Zedelgem en Jabbeke transitie-initiatieven gepland.  Via www.transitie.be kun men met de initiatiefnemers in contact komen. 

 

In januari organiseerde Provincie West-Vlaanderen een discussiedag “Designing change”, over transitie, die in een mum van tijd volzet was. 

 

Ook het middenveld doet mee

 

Onder impuls van Peter Tom Jones—auteur van het boek Terra Reversa en van de mensen van de denktank Terra Reversa, van VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling) en van Global Society is in juni 2010 nu ook het transitienetwerk Middenveld van start gegaan.  Daarin zitten mensen uit de meest diverse hoek : vakbonden en sociale bewegingen, milieubeweging, academici, het culturele veld, journalisten, Noord-Zuidbeweging… Het transitienetwerk wil op systeemniveau (mobiliteit, energie, voedselvoorziening, fiscaliteit,…) nadenken over hoe onze samenleving kan omschakelen.  Zowel Ann Demeulemeester van het ACW, Rudy De Leeuw en Caroline Copers van het ABVV en Chris Serroyen van het ACV scharen zich persoonlijk voluit achter dit netwerk (bron : De Wereld Morgen).

Grote veranderingen komen er vaak als de druk van onderuit groot wordt.  Ook het beleid begint nu te reageren : Op 7 juli 2010 keurde nam het Vlaams parlement een resolutie aan, die de Vlaamse regering vraagt zich tijdig voor te bereiden op de olie- en gaspiek en die via het Europees voorzitterschap ook vraagt naar een Europees onderzoek. 

 

                                                                        Tekst : Katty De Wilde

 

IEA * : International Energy Agency  (Internationaal Energie Agentschap) is een intergouvernemen-tele organisatie, opgericht in 1973, die bestaat uit 26 landen : Australië, België, Canada, Denemarken, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Korea, Luxemburg, Nieuw-Zeeland, Nederland, Noorwegen, Portugal, Oostenrijk, Spanje, Zweden, Zwitserland, Turkije, Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten.   Men heeft ook contacten met andere landen, zoals Rusland, India en China. Het IEA bestaat uit 190 energie-experts afkomstig uit deze 26 landen en richt zich op het coördineren van problemen m.b.t. tekort aan olie. Daarnaast richt men zich de laatste jaren ook op klimaatverandering. 

 

Bronnen :

 

“Annual World Energy Outlook 2009” –International Energy Agency.  www.eia.doe.gov.

 

“Peaking of world oil production : impacts, mitigation and risk management”. R. Hirsch e.a. Februari 2005

 

“ Breinbreker- een vooruitzicht op de internationale oliemarkt in 2009” - Prof. Dr. Coby Van Der Linde, hoofd van het Clingendael International Energy Programme (CIEP) & hoogleraar aan de rijksuniversiteit van Groningen.

 

 “Energy (R)Evolution.  A Sustainable World Energy Outlook.”  Greenpeace International. juni 2010.

 

 “Dossier olieprijs”. www.rtl.nl/financiën.

 

“Econoshock”.  Geert Noels.

 

“ Energie” van Rudy D’Hondt.  Oikos 50.  Nr.3.2009

 

“ Schoon en zuinig, maar ook fossielarm genoeg? De invloed van het Nederlandse klimaatbeleid op het fossiel brandstofgebruik tot 2020.”  Koppelaar R, van der Ven D-J. Stichting Peakoil Nederland, november 2009.

www.transitie.be

www.olino.org- articles : stijgende olieprijs.

 

Wil je meer lezen over transitie en achtergronden, zoals piekolie?

 

“Energy (R)Evolution.  A Sustainable World Energy Outlook.”  Greenpeace International. juni 2010. 260 blz. downloadbaar op www.greenpeace.nl. In dit rapport toont Greenpeace aan dat het, mits forse investeringen, mogelijk is om tegen 2050 voor 95% om te schakelen naar een duurzame energievoorziening.

 

“Terra Reversa.  De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid” Peter Tom Jones en Vicky Demeyer. Uitgeverij Jan Van Arkel 2009.

 

“The party’s over : oil, war and fate of industrial societies” ; “Peak everything” Richard Heinberg.

 

“The long emergency” James Richard Kunstler

 

“Het Transitiehandboek”. De Nederlandse vertaling van het transitiehandboek van Rob Hopkins, oprichter van de Transitie-beweging. 

 

“Basishandleiding transitie-initiatieven”. De Nederlandse vertaling van de Transition Initiatives Primer van Ben Brangwyn en Rob Hopkins (vertaling door Jeanneke van de Ven en Hugo Klip ).  Basisdocument voor iedereen, die met het concept van transitiesteden en -dorpen wil beginnen. De tekst is ook als boekje uitgegeven bij Jan van Arkel.

 

 “In transition”. Een film, die zeer begrijpelijk het transitieverhaal vertelt. . De film is uitgebracht op DVD en kan besteld worden via www.transitionculture.org

 

www.transitie.be

www.transitiontowns.nl

www.transitiontowns.org

www.petertomjones.be 

www.planetforlife.com

www.beyondpeak.com

www.oilcrash.com 

www.peakoil.nl

www.postfossiel.nl

www.futurescenarios.org

www.richardheinberg.com

www.wolfatthedoor.org.uk

Op www.youtube.com vind je ontelbare filmpjes, wanneer je de zoekterm “peak oil” intikt.

 

Wereldwijd zijn er ongeveer 4000 olievelden in exploïtatie. Een klein deel van deze olievelden (3%) is verantwoordelijk voor ongeveer 50% van de dagelijkse wereldproductie. 19 grootste olievelden staan in voor 70% van de wereldproductie.  Deze produceren elk meer dan 500.000 vaten per dag en hebben een gemiddelde leeftijd van 70 jaar. Deze olievelden zijn al gepiekt of gaan binnenkort pieken.  (bronnen:

www.olino.org; www.theoildrum.com)

James Schlesinger, voormalig staatssecretaris van energie van de VS verwoordde het als volgt op de jaarlijkse conferentie van de Association for the Study of peak oil and gas. Cork, Ierland 2007: “het opvoeren van de productie van aardolie wordt steeds lastiger, in de grote olievelden van de wereld zoals Cantarell in Mexico en Burgan in Koeweit neemt de productie snel af, zelfs de grote oliebazen, verenigd in de Amerikaanse National Petroleum Council zijn het erover eens dat we rap aardolie moeten besparen en over moeten stappen op hernieuwbare energiebronnen”.

 

Zijn boodschap, dat de wereld afkoerst op een langdurige periode van hoge olieprijzen, werd tijdens dezelfde conferentie bevestigd in toespraken van o.a. Ray Leonard, Vice-President van Koeweit Energy Company, James Buckee, de CEO van oliemaatschappij Talisman Energy en Jeff Rubin, de hoofdeconoom van de Canadian Imperial Bank of Commerce.

Volgens Rubin zal de combinatie van tegenvallende productiestijging en hogere consumptie in OPEC leiden tot olieprijzen met drie cijfers. Die situatie wordt verergerd, doordat het westen nauwelijks toegang heeft tot de overblijvende oliereserves. “90% van de reserves in de portfolio van Westerse oliemaatschappijen ligt in olieproducerende gebieden, waar de productie de komende 10 jaar met 33% zal dalen. Vanwege een gebrek aan toegang in de OPEC landen en de voormalige Sovjet Unie, kan de olieproductie van de westerse oliemaatschappijen alleen nog maar dalen.”   

Bron : Persbericht 18 september 2007 “Olie-experts: 80 dollar per vat nieuwe bodemprijs”. Rembrandt Koppelaar. www.peakoil.nl

OLIESCHAARSTE VANAF 2012 :

DE TRANSITIE BEGINT VAN ONDERUIT.  HET BELEID BLIJFT ACHTER!?