D:\Bart\Documents\natuurpunt\kustwerkgroep c\klimaat\storm 17-12 2.JPG

HET KAPPA-PLAN*

hoog tij(d) voor een veilige, natuurlijke en aantrekkelijke kust

Op 1 oktober organiseerde Natuurpunt, met de steun van WMF en BBL, een symposium over kustverdediging en klimaatverandering.  Met dit symposium wilden we nadenken over een duurzame toekomst voor onze kust.  Er werd hierbij benadrukt dat de natuurlijke dynamiek van de kust het uitgangspunt moet zijn van een geïntegreerd masterplan.  We roepen de beleidsmakers op om alle belangengroepen te betrekken bij het proces en zo te komen tot een gedragen visie voor onze kust.

* naar de griekse letter “kappa”: de letter “K” van Kust, in navolging van het Sigma-plan voor de Schelde en het Delta-plan voor de Nederlandse delta

 

Het Geïntegreerd Kustveiligheidsplan

Het Geïntegreerd Kustveiligheidsplan met als tijdshorizon 2050, wil de kust beschermen tegen de 1000 jarige storm en de voorspelde zeespiegelstijging. Eén derde van de kust is immers onvoldoende beschermd indien vandaag of morgen een zware storm ontstaat. Dit plan is nu reeds in de uitvoerfase en het einde van de werken is voorzien in 2015. Maar wat daarna ?

 

Vlaamse Baaien

De Vlaamse regering wil op een innovatieve manier verder denken over een veilige, aantrekkelijke kust. Daarom zal Vlaams minister van Openbare Werken  Hilde Crevits samen met de baggersector het Masterplan Vlaamse Baaien tegen 2014 ontwikkelen. Dit is een verregaand plan met opgehoogde zandbanken, kunstmatige eilanden, jachthavens, etc… Alle informatie over dit Masterplan kan je hier lezen: http://vlaamsebaaien.com

 

 

Het plan heeft de grote verdienste dat het debat over de lange termijn gelanceerd wordt, maar kent in zijn huidige vorm ook grote beperkingen

 

Natuurlijke dynamiek als basis

De natuurlijke dynamiek van stromingen en sedimenten, en de effecten daarvan op de natuur, vormen de basis van het kustsysteem. Die processen kunnen helpen om onze kust te beschermen tegen de effecten van klimaatverandering. Werken mét de natuur is ook het meest kostenefficiënt, het veiligste en levert de grootste maatschappelijke meerwaarde. Een goed inzicht in de werking van dit systeem moet dan ook de basis vormen van elke duurzame toekomstvisie.

Het onderzoek focust momenteel echter op de vraag hoe men innovatief en creatief baggerspecie kan inzetten. Daarbij is het essentieel te bekijken wat de lange- termijn effecten zijn van ingrepen op de natuurlijke stromingen van water en zand. Met name “harde structuren” of artificiële ingrepen (genre eilanden) dreigen deze processen grondig te verstoren. De milieuverenigingen vragen dan ook dat vertrokken wordt vanuit de fundamentele vraag hoe we de natuurlijke dynamiek kunnen versterken om onze kust beter te beschermen.

 

Deze bedenkingen werden op het symposium voorgelegd aan deskundige sprekers, die als specialist in hun vakgebied, hun licht wierpen op de problematiek.

 

Het symposium werd ingeleid door David Dehenauw, KMI-meteoroloog en VTM-weerman, die de gevolgen van de klimaatverandering toelichtte.

Wetenschappers zijn het erover eens dat ons klimaat de jongste decennia opwarmt.  Over de mogelijke gevolgen ervan is er veel meer onzekerheid. Zo zit er al een grote marge op de verwachte temperatuursstijging deze eeuw, tussen 2 en 6 graden. Of we nu extremer weer krijgen in onze streken is evenmin duidelijk. Wat België betreft kunnen we niet zeggen dat de onbetwiste opwarming een extremer klimaat heeft geschapen. Dat zegt echter niets over de toekomst, maar duidt wel op grote plaatselijke verschillen in de klimaatproblematiek. In België is het sinds 1833 wel 2 graden warmer geworden, waarvan alleen al 1 graad sinds de late jaren ’80. 2007 was het warmste jaar, 2008, 2009 en wellicht 2010 zijn koeler. Toch was de eerste helft 2010  recordwarm, bekeken over volledig het noordelijk halfrond. De jaarlijkse neerslaghoeveelheid is wel lichtjes gestegen in ons land. De droogteperioden zijn voorlopig niet langer geworden en er zijn niet meer of hevigere stormen in België.”

 

Professor Georges Allaert (Hoogleraar UGent, Ruimtelijke planning) deed vervolgens een oproep naar de Federale en Vlaamse overheid om een Noordzeeplan uit te werken dat ook een klimaatadaptatiestrategie omvat.  “Met de lancering van “De Vlaamse Baaien” lijkt de aandacht voor de Noordzee en de kust opnieuw gelanceerd en werd de maatschappelijke discussie aangewakkerd.  Hierbij is het goed om zo snel mogelijk te onderzoeken welke van de robuuste ontwikkelingen in dit plan, verzoenbaar zijn met andere aanzetten naar een “duurzame kust”. Een actief en offensief verdedigingsplan voor de Vlaamse Kust moet tot stand komen via de idee van geleidelijkheid, de idee om langzaam te groeien (is ook maatschappelijk het best te dragen) en daarenboven loopt men minder het gevaar op “onomkeerbare” aanslagen op het ecologisch evenwicht.

Volgens prof. Allaert moet er een strategienota “Maak ruimte voor onze Noordzee en Kust” komen, dat de basis kan zijn voor de noodzakelijke maatschappelijke discussie om de verschillende actoren op één lijn te krijgen. In de ruimtelijke planning is het vastleggen van een maatschappelijk draagvlak immers onvermijdelijk om vooruit te geraken en niet te verzeilen in het bekende Lange Wapperscenario.  Daarnaast moet van meet af aan een sterk participatief proces worden uitgetekend: publiek-privaat en horizontaal i.p.v. topdown. Dit vergt een integraal denken en werken (dit is vanuit één gemeenschappelijk en afgetoetst doelstellingenpakket) waarin klimaatbestendigheid centraal staat, dat veel verder gaat dan geïntegreerd denken en werken (dit is vanuit afstemming van de sectoren natuur, landbouw, woningbouw, economie).  Nu is men met de huidige plannen hoogstens bezig met een stuk geïntegreerdheid, van integraliteit is er nog geen sprake. Hiervoor moeten eerst alle neuzen in dezelfde richting staan!”

 

 

In de context van zeespiegelstijging betekent “Werken met de natuur” het gebruik maken van natuurlijke processen om de kust en het achterliggende land te beschermen. Al deze initiatieven vergen echter kennis van natuurlijke processen in het rivier-kust-systeem, kennis die opgebouwd wordt door het Koninklijk Belgisch Instituut voor de Natuurwetenschappen, onder andere door Vera Van Lancker.  Zij wist te vertellen dat de kusten langsheen de zuidelijke Noordzee worden gedomineerd door getijden- en golfwerking, al dan niet in samenspel met zandbanken en geulen.

“Dit is zeker het geval voor de nagenoeg 65 km lange Belgische kustzone: een druk bevaren gebied dat aansluit op het estuarium van de Westerschelde. Belangrijke getijdestromingen transporteren zand en slib, maar ook golven en windgedreven stromingen bepalen mede de complexe dynamiek van het systeem. Ervaringen uit het verleden hebben aangetoond dat significant ingrijpen in de dynamiek van een systeem en de sedimenthuishouding leidt tot vergaande veranderingen, zowel in het fysische milieu als in habitats van allerhande biologisch leven.  Verstoring van de geulconfiguratie door uitbouw van de havens van Zeebrugge en Oostende heeft in het verleden reeds stromingspatronen veranderd. Deze verstoringen veranderen natuurlijke erosie- en sedimentatiepatronen en kunnen modderige bodems terug mobiliseren. Bijkomend kunnen gebieden met historische vervuiling terug worden aangesneden met de nodige ongewenste effecten.

Zachte kustverdediging vereist de nodige hoeveelheden zand. Dit zand is veelal afkomstig van dieper in zee gelegen gebieden.  Hierbij is er een afweging nodig van de socio-economische noodzaak, ten opzichte van het verlies in flora en fauna. Bovendien zijn deze zandvoorraden eindig doordat de ontginbare grondstoffen heel fragmentarisch aanwezig zijn, en niet hernieuwd worden. Verdere kustuitbouw of eilanden in zee noodzaken nog veel grotere zandvolumes. Hergebruik van baggerspecie, een mengsel van zand en slib, is geen ideale optie. De kwaliteit van het zand, alsook de gevolgen van veelvuldig storten en uitwas van het heel fijne materiaal op het ecosysteem vereisen zeker verder onderzoek.

 

Inschatting van langetermijneffecten van grootschalige kustingrepen is nog moeilijk en bovendien zijn onzekerheidsmarges nog groot; grootschalige ingrepen hebben vaak onverwachte gevolgen. Wetenschappelijke onderbouwing van initiatieven is nodig en vereist langdurige veldwaarnemingen en modelleerstudies. 

Intussen geeft Europa richtlijnen hoe de waarden van onze zeeën te beschermen en dringt bij de lidstaten aan om een goede milieustatus te bereiken tegen 2020. Grootschalige kustingrepen dienen ook in dit beleidskader afgewogen te worden.

 

Last but not least kwam prof. dr. Cees Veerman aan het woord, voorzitter van de Delta-commissie, voorzitter van Natuurmonumenten en Nederlands oud-minister. 

Ook in Nederland was er een plan voor een kunstmatig eiland. Nader wetenschappelijk onderzoek bracht echter aan het licht dat een Tulpeneiland en tout court eilanden slechts een beperkt effect genereren.  Er bleek dat eilanden de kust niet verdedigen tegen de stijging van de zeewaterspiegel.

 

Eilanden beperken de golfwerking en golfoploop en kunnen daarmee een licht positief effect voor de kustveiligheid hebben. In combinatie met diepe geulen en een uitgekiende ligging, kan de hoogte van storm-vloeden in beperkte mate afnemen. Maar net als de bestaande kust moeten ook eilanden worden beschermd, zodat het onderhoud aan de primaire kustkeringen aanzienlijk toeneemt; langs die delen van de kust waar geen eilanden voor liggen, moet de veiligheid van de kust ook nog steeds op orde gehouden worden. De aanleg van eilanden of kunstriffen verstoort daarnaast het natuurlijk herstel van het oorspronkelijk profiel na een stormperiode. Niet uitgesloten mag worden dat eilanden zullen leiden tot vermindering van de stabiliteit van het kustprofiel en versterking van de kustachteruitgang. Deze aspecten leiden ertoe dat de commissie, voor wat betreft de waterveiligheid, kiest voor het principe van zandsuppleties voor de kust.

 

Maar ook hier had het plan de verdienste dat het debat over de klimaatverandering in Nederland aanzwengelde. Het plan inspireerde de Nederlandse premier Balkenende tot de oprichting van de Deltacommissie dat op basis van wetenschappelijke argumenten een doordachtere visie poneerde.

 

De voorzitter van de Delta-commissie bracht dan ook enkele heel interessante lessen en suggesties voor de “Zuiderburen”. 

“Vooreerst is klimaatverandering meer dan het symptoom van de zeespiegelstijging. Het gaat over veranderende weerpatronen waar de mens zich zal tegen moeten wapenen. Zo zal het debiet van rivieren als de Rijn en de Maas sterker fluctueren met o.m. extreme lage waterstanden ’s zomers en een potentiële zoutinflux tot gevolg. Het was meteen duidelijk voor de Nederlandse overheid dat de focus opengetrokken dient te worden van kustverdediging. Een integrale benadering (van zoetwatervoorziening over landbouw tot natuur) is cruciaal. Het noopt ook tot de opmaak van een visie op 100 jaar, met zelfs een doorkijk na 100 jaar.

 

Vervolgens is een draagvlak cruciaal. De uitdagingen van de klimaatverandering zijn te belangrijk om achter gesloten deuren te bespreken. Het is noodzakelijk om een breed participatief proces te organiseren. De Deltacommissie heeft zich zo wetenschappelijk laten adviseren, heeft op nationaal en regionaal zich uitvoerig laten informeren, betrok maatschappelijke organisaties, …  Zo gaf de Deltacommissie uitdrukking aan het breed algemeen belang om een antwoord te bieden op de maatschappelijke uitdagingen van de klimaatverandering.

 

Om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden is mee-ontwikkelen met de klimaatverandering en andere ecologische processen de verstandigste strategie. Geleidelijkheid, flexibiliteit (mogelijkheid tot bijsturen), kennis van natuurlijke processen en kosteneffectiviteit zijn in deze strategie sleutelbegrippen. Meegaan met de natuurlijke processen waar dat kan (“bouwen met de natuur”) biedt mens en natuur de beste mogelijkheden om zich aan de veranderende omstandigheden aan te blijven passen en geeft op termijn de minste kosten.

 

Nederland (alsook Vlaanderen) kent zwakke schakels in de kustverdediging waar de veiligheidsnormen thans niet gehaald worden. Bovendien stijgt de zeespiegel waarschijnlijk sneller dan verwacht, neemt de extreme variatie in rivierafvoeren naar verwachting toe, … Het is verstandig, ja zelfs noodzakelijk om vanuit de mogelijke bovengrenzen van de gevolgen van de klimaatverandering te vertrekken. Zo worden besluiten genomen en maatregelen getroffen die voor lange tijd houdbaar zijn.

 

De Deltacommissie had specifieke, zelfstandige bevoegdheden die breder gingen dan één minister / ministerie. In haar advies pleit de Commissie ook voor een Deltawet, een Deltaregisseur (een ambtenaar met de bevoegdheid van regeringscommissaris die ministerie- en legislatuur-overstijgend werkt) waarmee ze uiting geeft aan de noodzaak tot verankering van een lange termijn visie.

 

Het Land van Saeftinge

 

Misschien verrassend maar het Land van Saeftinge is anno 2010 de veiligste plek van Zeeland. Dit in 1570 overstroomde gebied is immers door de getijwerking (die zand en slib aanvoerde) meegegroeid met de zeespiegelstijging. Op 40 jaar zelfs 1,5 meter !

F:\externe harde schijf\FOTOS\yvonne\Jan Baart Nieuwe slikken en schorren -Zeeuws Vlaanderen Schelde\jan baart zeeuws-vlaanderen nieuwe natuur.JPG

 

Open het proces


De opmaak van het Masterplan voor de kust, en het onderbouwend onderzoek, is een gesloten proces. Natuurpunt, BBL en WMF zijn echter overtuigd dat alleen een open en participatief proces kan leiden tot het herstel van het ecologisch evenwicht langs de kustlijn en een toename van de leefkwaliteit van kustbewoners. Daarom vragen we dat er naast de baggeraars ook andere belangengroepen mee aan tafel kunnen zitten, zodat ook de kennis van de natuurverenigingen, vissers, kustbewoners, recreatieve groepen,…  kan bijdragen tot een veilige, aantrekkelijke en natuurlijke Vlaamse kust.

 

 

Tekst: Frederik Lapeirre